Snapshots of Hong Kong

Snapshots of Hong Kong

Hoe lang is een Chinees? Zijn Chinezen in eigen land even vastberaden om alle andere toeristen te vernederen wat betreft het aantal genomen selfies? Hoe hou je die stokjes precies vast om efficiënt een portie noedels naar binnen te werken? En vooral: is het mogelijk een Chinees ‘de kat krabt de krollen van de trap’ te laten zeggen? Na een zevendaagse treinreis door een van de dunst bevolkte regio’s op Aarde arriveerde ik met die vragen in het achterhoofd compleet onvoorbereid in het andere uiterste. Drie dagen dompelde ik me onder in Hong Kong’s waanzinnige rat race, die me overdonderde als een adrenaline shot na een lange coma. 

Na vier weken Rusland werd ik de ochtend van mijn aankomst in Vladivostok het land uit gebonjourd (alhoewel Putin daar nu wel op terug lijkt te komen). Zeven dagen op de trein om vervolgens aan te komen op de eindbestemming en linea recta op het vliegtuig richting Hong Kong te springen? Nou ja, vluchten naar Indonesië zijn nu eenmaal goedkoper als je al aan de juiste kant van de wereld bent, en die trans-Siberische Express is toch al een ervaring op zichzelf? Goedgemutst (bedankt Vladimir voor die laatste ochtendlijke shotjes vodka) en vol energie stond ik te popelen om eindelijk weer eens de benen te strekken. China, part two.

Stad of land?

Technisch gezien is Hong Kong een ‘speciale administratieve regio’ van China. Ze hebben hier hun eigen currency, alle signalisatie is tweetalig Chinees en Engels en voor ons verwende westerners is een visum ook niet nodig, met dank aan de Britse koloniale megalomanie uit de negentiende eeuw.

Hoogbouw, beton en meer van dat moois

Dat ze met veel zijn, die Chinezen, dat wist ik al. Maar als je ze dan eens allemaal samen een kruispunt ziet oversteken word je toch nog steeds wat overdonderd. Zeven en half miljoen mensen die op een zakdoek leven, daarvan springt mijn architectenhart op. Hoogbouw en densificatie zijn sleutelbegrippen in onze steden van de toekomst, zo roept de architecturale avant-garde graag. En Hong Kong toont dat het kan.

Als een van de dichtstbevolkte steden op aarde sloeg Hong Kong me wel even uit mijn lood toen ik voor het eerst uit de metro opdook, en niet alleen omdat de eerste ijskoude airconditioningdruppel van velen pardoes in mijn nek belandde en me koude rillingen gaf. Drukte, neon, wolkenkrabbers en beweging óveral waar je kijkt. Een gigantische termietenheuvel, de stad als een machine. Maar dan wel een die goed geolied is, en omringd wordt door met jungle begroeide heuvels en parelwitte stranden. Wat ik dan precies gedaan heb, daar in klein-China? Choosing is losing, dus deed ik gewoon alles.

[FinalTilesGallery id=’13’]

Dag 1: Tsim Sha Tsui, Kowloon, Lion’s rock

Mijn hostel bevond zich in het centrum van kleurrijk Tsim Sha Tsui en dus besloot ik op dag 1 rond te struinen door de noordelijke helft van Hong Kong. Kilometers werden afgemalen en de odometer in mijn telefoon ontplofte bijna van enthousiasme na een aantal treindagen waarin mijn dagelijks stappengemiddelde zelfs de triple digits niet haalde.

Kowloon Park

Een oase van rust aan Nathan Road. Al zijn de wolkenkrabbers ook hier nooit ver weg.

Tin Hau temple

Onderweg van Kowloon Park naar de drukte van Mongkok even binnenspringen en een wierookstokje aansteken ter attentie van de godin van de zee. En meteen een schietgebedje erbij voor een goeie surf morgen!

Shopping in Mongkok

Nu mijn kampeermateriaal weer thuis is heb ik eindelijk terug plaats in mijn rugzak. Nieuwe Vanskes kopen op Sneaker Street dus, de grootste verzameling sneaker winkels ter wereld. Ik loop begot al veel te lang rond op die hybride bergbottinen.

Goldfish Market

Trieste verzameling dierenwinkels op een kruispunt middenin Mongkok. Volgens de Chinese traditie brengt het geluk vissen in huis te hebben, vandaar dat je veel locals fronsend door het aanbod zal zien gaan als ware ze op zoek naar die ene Bowie LP in een bak vol tomorrowland troep. Je zou er bijna een paar kopen om ze te verlossen uit hun plastic zakje voor ze gekookt zijn in de blakende zon… Fotogeniek, dat wel.

Fa Yuen Street Market

Of het nu is voor lunch tussen de locals op de bovenste verdieping of voor (verpakkingsvrije) verse vis, vlees, fruit en groenten op niveau 1 en 2, Fa Yuen market is een welkom onderkomen na een broeierige voormiddag onder de Hong Kongse zon.

Choi Hung Estate

Publieksliefhebber op Instagram, maar toch vooral ook een van de oudste sociale huisvestingsprojecten in Hong Kong. Rechttoe rechtaan architectuur die werkt.

Ping Shek Estate

Nog zo’n kanjer van een woontoren. Geeft erg veel voldoening voor de fotografen met OCD trekjes onder ons.

Lion’s Rock Trail

Het beste uitzicht in de hele stad? Daarvoor kun je maar beter de benen insmeren. Hoewel The Peak op Hong Kong Island de bekendste hotspot is voor gretige selfienemers en ander gespuis is het uitzicht vanaf Lion’s Rock overdag indrukwekkender, naar mijn mening. Bovendien is de kans groot dat je er moederziel alleen van kunt genieten in plaats van vanonder de geurige oksel van Lí, Wei of Jìng. De volledige trail is zo’n 4km lang maar ik trok een goeie 4 uur uit en genoot uitgebreid van de zonsondergang vanaf de top. Wees voorbereid met liters water en een handdoek, want met een thermometer die 30+ graden aanwijst, een luchtvochtigheid van 70% en een helling die op veel plekken meer wegheeft van een Tour de France col buiten categorie krijgt de uitdrukking ‘nat in het zweet’ hier een compleet nieuwe betekenis.

Temple Street Night Market

Na de heroïsche beklimming van Lion’s Rock vond ik heil in een paar koude Tsingtao’s en een heerlijk avondmaal in een seafood restaurantje middenin de bekende Temple Street night market. Grijp een plastic kruk en schuif aan voor een gebarbecued viske of fried rice met scampi’s terwijl je rondom je krabben die zonet nog in een tank rondscharrelden in keelgaten ziet verdwijnen. Laat de typische prullariamarkt zelf vooral links liggen.

Neon lights at Jordan Road / Nathan Road

Onderweg naar mijn hostel maakte ik nog graag een ommetje voor een crème glace (gezien de 25+ gradenregel) en om wat plaatjes te schieten van de neon lichtreclames die in overmaat aanwezig zijn in de zone rond de Temple Street night market. Statief, check.

Dag 2: Dragon’s Back Hike and Big Wave Beach

Tijd om de grote oversteek te maken naar Hong Kong Island.

Victoria Harbour

De bekende skyline vanaf het water. De schaal van dat – fullsized – reuzenrad zegt alles.

Star Ferry

Een icoon van de stad en een goedkope manier om van Kowloon naar Hong Kong Island te geraken. De wolkenkrabbers aan beide zijden krijg je er gratis bij.

Dragon’s Back Hike

Deze 8,5km lange wandeling werd reeds door Time Magazine verkozen tot best urban hike in Asia en toont een andere kant van deze bruisende metropool. Neem een camera mee en geniet van de uitzichten over beschutte baaitjes en de South China Sea!

Big Wave Beach

Tai Long Wan village is het perfecte eindpunt van de Dragon’s Back hike. Geniet van een lekkere lunch, koop een karrenvracht kokosnoten en trotseer de golven op je surfboard. Of huur gewoon een strandstoel en relax met een frisse pint tot de zon achter de heuvels verdwijnt.

IFC Mall Roof Garden

Dit moderne winkelcentrum in het hart van het Central district is op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat de daktuin gratis toegankelijk is en een aantal interessante uitzichten biedt. Geen zin in street food vanavond? De daktuin heeft ook enkele gastronomische troeven voor de meerwaardezoeker, zie hieronder.

Dinner at Dear Lilly

Cocktails en dinner in een feeërieke setting met een killer view.

Drinks in SoHo

Wie nog energie over heeft kan South of Hollywood Road (SoHo) terecht in een van de hippe bars of nachtclubs tot in de vroege uurtjes.

Dag 3: Hong Kong CBD and The Peak

Shoppen, street art en wolkenkrabbers zover het oog reikt.

Graham Street

Nog een fotoshoot klassieker, zo getuige de tientallen vrouwmensen die hun boyfriends of Instagram meesleuren voor een snapshot of honderd. Come at me likes!

Peoplewatching

Ga zitten op een plastic krukje langs de kant van de weg, bestel een koffietje en neem de tijd om de inwoners van Hong Kong te observeren tijdens hun dagelijkse bezigheden. Niet iedereen is altijd even gehaast!

Sunset at IFC2

De 55ste verdieping van IFC2 is tijdens weekdagen tot 20u gratis te bezoeken en biedt een onwaarschijnlijk straf uitzicht over Victoria Harbour. Helaas deed ik onvoldoende research en stond ik in de lobby op zaterdag, maar de zonsondergang zien vanop die hoogte stond hoog op mijn lijstje.

The Peak

Het bekendste uitzicht over de stad dat perfect de hallucinante hoogbouwwaanzin in één shot samenvat. Hong Kong bevat meer dan 1300 gebouwen over 100m hoog en van hieruit zie je ze zo ongeveer allemaal. Het beste uitzicht krijg je vanaf het (betalend) Sky Terrace 428, maar voor wie elke cent telt biedt Lugard Road een gratis alternatief. Doe jezelf een lol en vermijd weekends en de cable car, tenzij je graag uren aanschuift tussen gemondmaskerde selfiestickhanterende tourgroepen. Spring in plaats daarvan op dubbeldekkerbus 15 vlak naast Central Pier 4 (vlakbij IFC2) en zie de bus langzaam opvullen naarmate je de top bereikt.

Practical

  • Naar mijn gevoel was drie dagen perfect om een idee te krijgen van what makes this city tick, maar ook als je maar een paar uur hebt tijdens een layover naar een andere bestemming is het de moeite om snel de stad in te duiken. Al is het maar om de sfeer op te snuiven en dumplings te eten!
  • Ik verbleef in Delta Hotel, een goedkope accommodatie in de Chungking Mansions in het hart van Tsim Sha Tsui voor 12,5€ per nacht in een minidorm met 3 bedden. Qua locatie perfect, proper en goed gerund. Verwacht voor die prijs echter geen meter ruimte teveel…
  • Hong Kong bezoeken hoeft niet duur te zijn. Bijna alle van bovenstaande bezienswaardigheden zijn gratis te bezoeken en makkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer. Investeer in een Airport Express travel pass in de luchthaven en voor 300HK$ (32,5€) heb je transport van en naar het vliegveld en drie dagen onbeperkt vervoer met de MRT (metro) en bus. Een goedkopere optie vind je volgens mij niet…
  • De volgorde waarin ik de bezienswaardigheden bezocht was praktisch gezien de meest logische rekening houdend met afstanden en tijdstippen vanaf mijn accomodatie en omvat enkel transport te voet, met de MRT en op twee gelegenheden met de bus (the Peak en de bus naar het startpunt van de Dragon’s back trail en terug). Als je alles wilt zien ben je beter goed uitgeslapen, want ik wandelde volgens mijn iPhone gemiddeld zo’n 20km per dag…

Also by Everywhere in Particular

Hello Australia! The journey isn’t over (yet)

Veertien maanden. Zolang is het geleden dat ik voor het eerst m’n deur achter me dichttrok en met een euforisch gevoel op het vliegtuig sprong naar Helsinki. Geen job, geen lief, geen woonplaats en geen verplichtingen. Een relatief gespijsde bankrekening die me...

read more

Snapshots of Hong Kong

Hoe lang is een Chinees? Zijn Chinezen in eigen land even vastberaden om alle andere toeristen te vernederen wat betreft het aantal genomen selfies? Hoe hou je die stokjes precies vast om efficiënt een portie noedels naar binnen te werken? En vooral: is het mogelijk...

read more

Chapter 11 – Rushing through Italy

Chapter 11 – Rushing through Italy

It’s late when Andrea parks the Twingo in a dark corner of the parking lot. Raindrops caress the ink black surface of the Garda lake that expands into the distance next to the car. A hooded figure is waiting for us at the entrance to the street. Eugenia, a childhood friend of Andrea, welcomes us impatiently and gestures to a tiny alley that leads uphill, away from the lake. She doesn’t look like I had imagined her while talking on the phone just half an hour ago. Not that there’s much to imagine after giving someone your pizza order, but still. She shows us into her tiny ground floor apartment on a minuscule and very Italian square. We’re in Castelletto, an small, typical Italian village. Cobbled, narrow alleyways that lead to a small piazza that nonetheless caters two Italian restaurants, a tobacco shop and a Gelateria. A cat lurks under an ancient semi truck that looks like it hasn’t moved for years. The staff of the Italian restaurant smokes a well deserved after-shift cigarette under the pergola out front and in a side street an old lady hastily takes her drying laundry inside while silently cursing the weather gods. They even sing when they swear, I notice amused. After dinner we want to join the staff under the pergola, but everyone’s gone home. A beer and some Italian-English small talk keep us entertained for an hour or so more. Then we retreat to the bedroom where Eugenia and Andrea share the double bed and I roll out my sleeping bag on the couch next to them. Tomorrow there’s an early morning market in the parking lot where we left the car, but blissfully unaware of this we leave the ensuing chaos for when it’s due.

A quick lakeside breakfast and we’re on the road again. It’s still raining and the normally idyllic Garda region looks sad and unwelcoming. The tourist season is over and everywhere restaurants, bars and hotels are shutting down. Winter is coming, and soon their staff will move on to new places, in search of other seasonal jobs, up north in the ski resorts of the Alps or down south where the weather stays nice even in winter. Eugenia, who works as a waiter in one of the two trattoria’s on her square is among them. We say goodbye and drive off. Andrea is almost home, a historical and utterly emotional moment that we celebrate by completing a list of very uninspiring chores. After unloading her packed car, picking up the keys to her mothers house at a friends place and inquiring about a possible appointment to get a mechanic to check the car we finally frisk into Bologna and feast on gelato and aperitivo and Andrea tells me about this ridiculous theory she read, which says that everyone has 21 so-called yellow people they meet throughout their lifespan. We watch a Spanish movie without subtitles, something that seemed like a good idea until both of us are left quite puzzled at the end, explaining each other very divergent interpretations of the plot. Then it’s suddenly Wednesday and after five days together we say our goodbyes at last, promising each other to meet again somewhere in Asia in a few months time.

Andrea leaves to take care of a few things (after all she is moving to the other side of the world in a week) and I stay behind in an empty apartment. In a fit of feeling lost being on my own again after traveling with company for a while (something that would happen a number of times over the next few months) I resolve to finding a volunteering opportunity somewhere along the way through my brand new Workaway account. To give some direction and a loose time frame to my eastward wandering. Being completely free to go wherever and do whatever may be a very exclusive luxury, but also provokes a paralysing indecision to make choices, thus limitating that freedom again. I have seven weeks to reach the Turkish-Iranian border over land to not let my Iranian visa expire and meet my friends Jasper and Zoe, who are on a little around-the-world tour of their own. Seven weeks to cross southeastern Europe, the Balkan and Turkey. To change Europe for the Middle East and eventually Asia. I decide to try and find some work on an organic farm somewhere halfway, in Greece. I send out requests to a few projects that look interesting and hope for the best. Then I repack my backpack, swing it over my shoulder and leave the apartment. The road to Venice calls. I hitch a ride and meanwhile ask my Erasmus friend Roberta if she’s in town. We meet on the same square where we last met in 2014 when I was hitchhiking around Europe. This is the third time in six years that I hitchhike to Venice, I realise matter-of-factly while I make my way to Campo Apostoli.

Bags are dropped, new friends are introduced and glasses of beer emptied. Pizza bufala after, in a place where some famous rugby team arrives for dinner a few minutes after we arrive. I talk the whole evening with Filippo, a friend of Roberta who spent a year in Australia on the working holiday visa. He goes completely mental when he hears that I’m making my way there. “I’m so jealous mate, you’re gonna have the time of your life!” His stories and advice flow abundantly all evening long. His enthusiasm is so contagious that by the time we say goodbye I wish I was there already.

I spend the night on the couch of a friend of Roberta and by next day afternoon I decide to try and hitchhike to Trieste, the last Italian city before the Slovenian border. I’ve seen most of Venice before and if I’m hit in the face by a Chinese tourist’s selfie stick one more time I’m going to lose it. I can’t afford to stay anyway.

Hours later I’m still by the side of the road in front of Venice’s Marco Polo airport. I’ve cursed every driver with an empty car that passed during the last hour, and eventually my anger makes way for despair. I give up and sit down dispirited on a bench in front of the airport. In a fit of opportunism I even check the prices to fly from Venice to … To where actually? The realisation that I have no idea where to go calms me down a bit. I realise that this is my journey, my game. I make the rules and if I decide to change them that’s entirely up to me. Hitchhiking in Italy is a pain in the ass. Blablacar to the rescue! A few swipes on my smartphone and Carolina and her boyfriend pick me up. There’s another passenger in the car that turns out to be a famous Italian opera singer. We sing a few arias together (ahum) to pass the time. When we arrive in Trieste Carolina invites me to stay the night on their couch. She takes me along on her scooter for a quick nightly sightseeing tour and a few beers. Our conversation is strangely deep and honest considering the fact that we’re virtually total strangers.

Chapter 10 – A walk in the Dolomites

Chapter 10 – A walk in the Dolomites

It’s almost 10pm when Andrea and I stop at a Penny supermarket a little off the German autobahn somewhere around Frankfurt. We’ve been driving the entire afternoon after meeting at the infamous Liège train station, where Andrea managed to free some space in the passenger seat of her chock-full Renault Twingo. Andrea is Italian, and driving back home to Bologna with a car filled with 5 years worth of memories from the Netherlands. She’s quit her corporate job to follow her dream to become a yoga instructor and climbing guide in Vietnam, and I’ve quit my job to travel to Iran over land and to the rest of the world afterwards. Despite having just met the hours passed quickly, both of us talking animatedly about the various reasons and motivations to follow our hearts to the other side of the world, and we slowly got to know one another better while cruising through the north of Germany. She’s got to drop off all her stuff at home in Italy before catching a flight to Hanoi, and I need a ride in the same direction. Now we’re picnicking in the obscure parking lot of a rainy Penny market somewhere in Germany. Baguettes, cheese, a tomato and some vegan salad she likes. A dinner of champions. Or that’s how it feels. The most difficult part, leaving, is behind us.

The next evening we arrive at Selva di Val Gardena, a tiny skiing village in the beautiful Dolomites mountains just across the Italian border. We’ve driven the whole day after wild camping somewhere in the woods around Stuttgart. The night was cold and rainy, and although my loyal tent did the job I was happy when dawn came and I could get back in the car to continue on our way south. Andrea, who somehow managed to dig a hole in the pile of her worldly belongings in the back of the car to get some shuteye, shared my feelings. We put on the heating and hit the road again after a refreshing cup of coffee in a service station, singing along to the music on a USB stick that had been a going away gift from her former flatmate. Taking turns at the wheel the day had flown by. Sun in Munich, rain in Austria and a thick layer of fog on the Brenner pass. A late arrival at Selva, pizza in the local tavern and a nice conversation with an Israeli family on holiday there. Now we’re hosted by Hannes, a friend of a friend of Andrea who lives next to the ski lift in this beautiful little town. A beer at Hannes’ incredible house, an acro yoga initiation by Andrea, then a nice good night’s sleep in a comfortable bed.

The next day we awake with the magnificent view of a nearby mountain, perfectly illuminated by the low-angled morning sun. Framed in the centre of the window, the scene looks like a painting, a masterpiece hung at exactly the right place to be the first thing we see after waking up and to motivate us to get out of bed and into the mountains. We want to do some hiking today, and Hannes decides to take the day off and guide us to the top of the very peak that is visible from the bedroom window. It is a great hike, across the typical Seiser Alm meadows and undulating landscape that characterises this region. All the way up we go, with a well deserved lunch of sausage and beer in the little cafe hut at the top. Then a descent through sudden fog, wind and the first snow of the season. Not a trace of the wolf that has been killing sheep over the past few weeks and is the talk of the town. I had anticipated to stay in the Dolomites for a week to do some more hiking and camping in these beautiful surroundings, but at night the mid-September temperatures are flirting with the freezing point already and I’m just not prepared for such a cold. After all I’m on my way south. Not very keen on running into the wolf either, to be honest. I decide to stick with Andrea a little longer. A nice shower and the paralysing indecision wether or not to continue to the Garda lake the same evening. We flip a coin. Tails, we go. Garda lake it is. Day 3 and my whole plan changes. And not for the last time.